> nieuws

Nieuws

29 maart 2022

Paasmeditatie II

Een oud Paasverhaal over Ester

Al generaties lang is het voorgeslacht van deze man op die vruchtbare helling: tuinman. Hij is ook tuinman en boer, want naast de zorgen voor de grote tuin met de vele olijfbomen verzorgt hij dieren in zijn weide.

Daar zijn twee kamelen, twee ezels, twee runderen, twee geiten, twee schapen, twee schildpadden, twee tortelduiven en enkele sprinkhanen (die wel eens een voedzaam uitstapje bij de buren maken).
Hij verzorgt de tuin met de bomen en de planten en al deze dieren met grote overgave en passie. Soms vergeet hij gewoon de tijd en is bezig met werken tot ’s avonds laat.

Bij hem woont zijn dochter, zijn oogappel: Ester! Uit school helpt ze haar vader met de verzorging van de dieren. Ze melkt de kameel, de koe, de geit en het schaap.
Soms vergeet ze gewoon de tijd en valt ze bij de dieren, in het stro in slaap.
Al generaties lang in de familie van deze tuinman en zijn dochter wordt een verhaal verteld over Maria uit Magdala die in deze tuin van de familie eerst vroeg in de morgen bedroefd  en later opgewekt rondliep. Ze riep: ‘ik heb de Heer gezien! Het was de tuinman niet’. 
En die betreffende voorvader-tuinman gaf Maria wat te drinken om haar gerust te stellen. 
Ze was zo…, ja ze was zo … STRALEND!! Onwerkelijk vreugdevol, haar was blijkbaar iets overkomen, wat ogen niet konden geloven. En ze zei telkens weer: Hij kende mij en noemde mijn naam: Maria!

Dit verhaal wordt al generaties lang in deze tuinders-familie verteld, soms verdwijnt er een zin, soms komt een er stukje bij. Maar het is altijd Maria die roept: ’ik heb de Heer gezien!. 

Ester kent het verhaal via haar vader en van haar grootmoeder. Ieder jaar met het e Pesach feest wordt dit verhaal verteld. Ook Ester heeft het al een paar keer op school verteld. Vriendinnen keken haar met grote ogen aan: ‘is dat bij jullie in de tuin gebeurd?’ Ja, knikt ze, lang geleden, alsof het gisteren was.

Op een avond sloot Ester de scheve deur van de stal, alle dieren had ze welterusten geaaid, niet de sprinkhanen. Deze springerige insecten waren waarschijnlijk een uitstapje aan het maken.
Ester tuurde langdurig in de verte; als een trekvogel in het vroege voorjaar voelde ze inwendige onrust.
Zou ze durven…? Het gaan -…, dat zou ze wel durven. Maar het te vertellen aan haar vader, dat zal niet meevallen.

Die avond trok ze haar stoute schoenen aan. Ze had al haar moed verzamelt en aan de keukentafel vertelt ze haar vader over haar plannen. Om te gaan reizen over de bergen heen.
Een tijdlang had haar vader gezwegen en gestaard in de vlammen van de haard. Zijn vingers speelden met een touwtje.
Toen sprak hij: Ja liefste Ester, ik zie aan je ogen dat je zal gaan. Ik wens je een gezegende tocht; vergeet nooit het verhaal van de tuinman en Maria! Hij stond op en omhelsde haar.

Vroeg in de volgende ochtend stond ze op en pakte haar rugtas in, ze ging nog een laatste ronde bij alle dieren langs. Ze legde graankorrels voor de sprinkhanen neer en ze vertrok.
Over de bergen, met een vrachtschip mee over de zee, aan een sterk touw vastgeklemd door woest stromende rivieren, verder, alsmaar verder!
Overal waar ze kwam, waar ’s avonds mensen om het vuur zich warmden, vertelde zij het verhaal van de tuinman en Maria uit Magdala; die wonderlijke getuigenis van een levende Rabboeni.
Versleten herders en afgedwaalde soldaten keken haar met grote ogen aan: ‘is dat bij jullie in de tuin gebeurd?’ Ja, knikt ze, lang geleden, alsof het gisteren was.

Ze is de tijd van de klok en de dagen van de kalender vergeten, ze is al maanden en jaren onderweg. 
Ze kent de tijden van winter en zomer, de tijden van volle maan en lenteknoppen. Haar rugzak verslijt en haar schoenen verslijten.
Op een ochtend in het voorjaar zit ze op een grote steen, op een heuveltop. Gewoon te zitten. Uit hogere luchtlagen ziet ze twee kraanvogels met vleugels van de hoop neerdalen. Een wonderlijk gezicht.
De twee statige vogels dalen neer tot vlakbij de steen waar Ester op zit. Ze stappen koninklijk naar haar toe en melden haar de volgende boodschap:
‘Ester, jouw vader is oud en ziek!’ Dan stijgen ze weer op, om te verdwijnen in de wolken.
Ester pakt haar rugzak en bepaalt met een zuiver gevoel de juiste richting. Via haar innerlijke kompas reist ze terug naar de tuin met de olijfbomen, ze steekt rivieren over, gaat met een zeilschip over zee en overwint de bergen.

In een appelboom met prille bloesem, niet ver van huis, zitten twee tortelduiven op haar te wachten. Ze zitten dicht bij elkaar op haar te wachten en zijn ondertussen aan het tortelen. Het laatste stukje vliegen ze voor haar uit.
Ze knielt neer bij het bed van haar vader; herkent deze tuinman haar nog?
Ester…! Fluistert hij, waarom huil je?

Ze begraaft zich in zijn broze armen, zo liggen ze samen te luisteren naar de geluiden: het koeren van duiven; de schrille, hoge roep van kraanvogels, het zachte geritsel van sprinkhanen.

‘Houd me niet vast’, zegt haar vader. 
Ester gaat naar buiten, naar de tuin. Ze huilt en ze lacht tegelijk, want ze is thuis.
In de pril-groene gaarde staan twee kraanvogels, statig met hun vleugels van hoop samen gevouwen. 
Door de wind ruist er een stem door de tuin: ‘Ik heb de Heer gezien!’

Een gezegende reis met de Paasdagen toegewenst!
Roelof Akse


Terug
 
Meer informatie Facebook   ANBI-register Doopsgezinde Gemeente Drachten-Ureterp
contact maandblad privacy
routebeschrijving nieuwsbrief disclaimer
veelgestelde vragen inloggen colofon
2022 Doopsgezind.nl