> nieuws

Nieuws

 
11 juni 2020

Tolstoj

Arbeid, Dood en Ziekte.
Indianen in Zuid-Amerika kennen de volgende overlevering:
God schiep de mensen, — zo zeggen zij — oorspronkelijk zo, dat zij niet hoefden te werken, dat zij geen woningen, geen kleren, geen eten nodig hadden, dat zij geen ziekten kenden en ieder van hen honderd jaar oud werd.
Er verstreek al enige tijd toen God eens naging, hoe de mensen eigenlijk leefden. Toen ontdekte Hij, dat zij allen slechts voor hun eigen “ik" zorgden, in plaats van zich in hun leven te verheugen. Ook dat zij met elkaar ruzie maakten en krakeelden, en in het algemeen hun leven zo ingericht hadden, dat zij, in plaats van zich er in te verblijden, het veeleer vervloekten. En toen sprak God tot Zichzelf: “Dat komt natuurlijk doordat zij gescheiden leven, iedereen voor zich alleen."
En om daar enige verandering in te brengen, richtte God het op een manier in, dat het de mensen onmogelijk werd om zonder arbeid te leven, en dat zij, wilden zij niet van honger en kou omkomen, voor zichzelf woningen moesten bouwen, de grond omspitten, graan en vruchten zaaien en moesten oogsten.
“Dat werk zal ze allemaal wel weer tot elkaar brengen," dacht God, “het is toch onmogelijk, dat een ieder voor zichzelf al de gereedschappen moet maken, zelf moet zaaien en oogsten, spinnen en weven en kleren maken. Zij zullen moeten inzien, dat, hoe beter zij samenwerken, hoe productiever hun arbeid is, en des te aangenamer hun leven zal zijn, en dat zal hen weer tot eensgezindheid brengen."
Weer verstreek er een tijd en toen kwam God weer eens kijken, hoe de mensen nu wel leefden en of zij nu blijer waren met hun leven.
Maar de mensen leefden nog ellendiger dan voorheen. Zij werkten wel met elkaar — dat kon nu eenmaal niet anders — maar het was geen gemeenschap van allen, maar zij waren in kleine groepjes verdeeld, en ieder groepje trachtte het andere het werk voor de neus weg te kapen, en allen legden elkander hindernissen in de weg, verspilden in die strijd tijd en krachten en voelden zich daarbij allemaal beroerd.
En toen God zag, dat het zo ook niet ging, besloot Hij het zodanig in te richten, dat de mensen het uur van hun dood niet zouden weten en dus op ieder ogenblik zouden kunnen sterven. En Hij liet hun weten, wat Hij besloten had.
“Wanneer zij weten, dat ieder van hen op elk ogenblik kan sterven," dacht God, “dan zullen zij zich niet uit angst en zorg om een leven, dat elk ogenblik kan ophouden, elkaar verdriet doen en in de uren, die hun zijn toebedeeld, het leven zuur te maken."
Maar weer viel het heel anders uit. Toen God weer terugkwam om te zien hoe de mensen nu leefden, zag Hij, dat het leven van de mensen er weer niet beter op geworden was. Degenen onder hen, die machtiger waren dan de anderen, maakten van de omstandigheid, dat de mensen elk ogenblik konden sterven, misbruik. Zij gingen de zwakken onderdrukken, waarvan zij er sommigen doodden en de anderen met de dood bedreigden. En het leven van de mensen kreeg nu zo’n vorm, dat de ene groep, de sterken, en hun nakomelingen in het geheel niet werkten en zich van louter nietsdoen verveelden. De zwakken daarentegen werkten boven hun krachten en klaagden er over, dat zij geen tijd hadden om uit te rusten. De zwakken vreesden en haatten de sterken en omgekeerd; en het leven van de mensen was nog ongelukkiger dan daarvoor.
Toen God dit zag, besloot Hij, om het weer goed te maken wat zo uit de hand gelopen was, om naar een laatste middel te grijpen: Hij liet allerlei ziekten over de mensen komen. God dacht, wanneer alle mensen aan ziekten onderworpen zijn, dan zouden zij ook begrijpen, dat de mensen die gezond zijn met de zieken medelijden zouden hebben en hen moeten helpen, opdat ook zij de gezonde mensen zouden helpen, wanneer zij zelf ziek mochten worden.
En weer liet God de mensen aan zichzelf over. Toen Hij weer terugkwam, om eens te kijken, hoe zij nu leefden, nadat allerlei ziekten over hen waren gekomen, toen zag Hij, dat het met het leven van de mensen nog veel erger was gesteld. Dezelfde ziekten, die volgens Gods wil de mensen nader tot elkaar hadden moeten brengen, werkten alleen maar de tweedracht en onenigheid onder hen in de hand. Degenen, die de anderen er met geweld toe dwongen om voor hen te werken, dwongen hen ook met geweld om tijdens de ziekte hen te verplegen en daarom behoefden zijzelf zich niet om de zieken te bekommeren. Degenen echter, die door de anderen met geweld gedwongen werden om voor hen te arbeiden en hen te verzorgen, werden door dat werk zozeer in beslag genomen, dat zij geen tijd hadden, om hun eigen zieken te verzorgen, en moesten hen dan ook zonder hulp laten liggen. Bovendien verklaarden de mensen een groot gedeelte van de ziekten voor besmettelijk, en aangezien zij de besmetting vreesden, vermeden zij niet alleen de zieken, maar hielden zich ook zover mogelijk verwijderd van diegenen, die met de zieken in aanraking kwamen.
En nu zei God bij Zichzelf: Wanneer zelfs dit middel de mensen niet tot het besef kan brengen, waarin hun ware geluk bestaat, dan moeten zij maar door eigen ondervinding en lijden tot dit besef komen. En God liet de mensen weer aan zichzelf over. En toen zij nu zo alleen gelaten waren, leefden zij een lange tijd, zonder te begrijpen dat zij gelukkig zouden kunnen zijn en ook bestemd waren om gelukkig te zijn. En pas in de allerlaatste tijd begonnen sommigen van hen te begrijpen, dat arbeid geen afschrikwekkend spook voor de ene en geen harde dwang voor de andere mag zijn, maar veel eerder een voor allen gemeenschappelijke, blijde aangelegenheid is, die alle mensen verenigt. Zij begonnen in te zien, dat met het oog op het onzekere uur van de dood, de enige verstandige gedragslijn van de mens erop gericht moet zijn, om de jaren, maanden, uren en minuten, die ons zijn toebedeeld, in eendracht en liefde met alle blijmoedigheid door te brengen. Zij begonnen te begrijpen, dat de ziekten niet alleen geen reden tot scheiding van de mensen mochten zijn, maar dat zij integendeel een reden waren voor een liefdevolle omgang met elkaar.
1893


Terug
 
Meer informatie Facebook   ANBI-register Doopsgezinde Gemeente Drachten-Ureterp
contact maandblad privacy
routebeschrijving nieuwsbrief disclaimer
veelgestelde vragen inloggen colofon
2020 Doopsgezind.nl